Biometrie: Kenmerken van het zijn,
kenmerken van het zijn gebruiken

Identificatie en authenticatie blijven kardinale maar problematische kwesties. Nu partijen elektronisch steeds dichter bij elkaar komen maar voor elkaar steeds meer onzichtbaar blijven, en daardoor de controle moeilijker wordt, komen na tijdenlang in de onderzoekssfeer te hebben verkeerd biometriehulpmiddelen naar voren. Deze kunnen helpen om naast kennis en bezit ook het zijn als bron van authenticatie te vormen. Mits een aantal drempels wordt weggenomen en de selectie en implementatie netjes worden afgehandeld.

ABN AMRO Bank
Jurgen van der Vlugt
Versie 1.1 27 april 2003




Inhoudsopgave

Inleiding
Fasen van inzet
Betrouwbaarheidscriteria
Technieken
Voor: authenticatie van de bron aan de bron met de bron
Drempels
Wegnemen drempels
Een voorbeeld: de stadionpas
Kómt er nog wel een doorbraak?
Overwegingen voordat van start wordt gegaan
Afsluitend
Literatuur
Noten
Over de auteur
Printvriendelijke versie




Inleiding

De laatste jaren begint het helaas steeds gemakkelijker te worden om in te breken op communicatieverbindingen, mede omdat die verbindingen steeds minder afhankelijk zijn van hun fysieke karakteristieken. Waar het voorheen bijvoorbeeld nodig was om een telefoonkabel op te graven om die te kunnen afluisteren (of aan een eindpunt of telefooncentrale in te breken om er een tap te plaatsen), kan tegenwoordig vanaf de eigen zolderkamer een Internet-verbinding aan de andere kant van de wereld worden gevolgd en zelfs in die verbinding worden ingegrepen.

Dit betekent dat de integriteit en vertrouwelijkheid van de (elektronische) communicatie in het geding is. Maatregelen tegen de bedreigingen zijn zeer wel denkbaar - al zijn cryptografische methoden en technieken door implementatieslordigheden nog niet vanzelfsprekend waterdicht, en zijn ze soms moeilijk implementeerbaar en wordt de techniek door toenemende rekenkracht altijd wel eens achterhaald.

Een bijkomend probleem ontstaat doordat de elektronische communicatie steeds verder doordringt in de dagelijkse manier van werken. Wie aan e-commerce doet, zal - al was dat misschien niet in eerste instantie de bedoeling - al snel merken over de gehele wereld zaken te doen. En dat betekent een navenant stijgende behoefte aan informatie over de betrouwbaarheid van zakenpartners en consumenten. Daaraan valt gedeeltelijk tegemoet te komen door het gebruik van - noodzakelijkerwijs uitgebreide - netwerken van Trusted Third Parties en Certificate Authorities.

Ook voor die partijen blijft echter het probleem: hoe vast te stellen dat degene die zich meldt met een verzoek om authenticatie, ook daadwerkelijk die persoon is en geen ander?

De authenticatie aan de bron die bij elektronische zaken nodig is, treffen we ook dichter bij huis aan. Denk maar aan credit cards en PIN-passen. Waar bij credit-cardbetalingen een handtekeningcontrole vaak ostentatief wordt overgeslagen, dwingen geldautomaten en betaalautomaten nog tot het invoeren van PIN-codes. Maar of dit soort waarborgen voldoende is? De nogal vaak (in de mond-tot-mondpubliciteit) voorkomende gevallen beziend waarbij met valse adreswijzigingen en valse aanvragen voor nieuwe passen (met PIN-codes) wordt gesjoemeld, moet worden geconcludeerd dat authenticatie op basis van kennis (wachtwoord, PIN-code) en bezit, nog niet waterdicht is. Nota bene: bij computersystemen was het normaal om eerst alleen met user-ids en wachtwoorden te werken, tokenkaarten en dergelijke kwamen voor authenticatie op basis van bezit pas later in beeld. Terwijl met creditcards de belofte van betaling juist al decennia zo'n beetje alleen maar op basis van bezit werd geauthenticeerd.

De band met de fysieke persoon is dus nog niet onlosmakelijk. Waar zijn de tijden dat men een wederpartij op diens blauwe ogen kon vertrouwen? Die tijden zijn terug.

Biometrie, de kunde die zich bezighoudt met het vaststellen van identiteit op basis van unieke waarden voor biologische eigenschappen, bestaat al een tijdje. Het begon al met handtekeningen en/of zegelstempels, waarvan het uitgangspunt was dat die slechts door de 'eigenaar' zelf konden worden (zijn) gezet; het handschrift of de zegelring werden geacht niet te kunnen worden nagemaakt. In de jaren '60 ('... van de vorige eeuw'!) begon de ontwikkeling van apparaten waarmee ook de veel meer unieke drukpatronen van handtekeningen konden worden herkend, en doken in science-fictionfilms vingerafdruk- en handpalmherkenners op. Zoals altijd bleken die films maar net een stapje verwijderd van wat state-of-the-art was. En toen werd het een tijdje stil.

Nu plotseling echter is er een aanzwellende stroom van commerciële biometrieproducten, niet alleen van marginale researchbedrijfjes maar ook van alle grote spelers op de IT-markten. Derhalve is het tijd voor een overzicht van wat er kan en niet kan.

Deze white paper behandelt eerst de fasen van inzet, betrouwbaarheid en technieken die heden ten dage voorhanden zijn. Daarna komen de doelen van biometrische hulpmiddelen aan bod. De middelen en doelen leveren enkele generieke drempels en toepassingsrichtingen, waaruit overwegingen volgen die voorafgaand aan het enthousiast toepassen van biometrie zouden moeten worden geadresseerd.

Terug naar inhoudsopgave



Fasen van inzet

De inzet van biometrie kent, na de systeemontwikkeling en -implementatie in engere zin, twee fasen:

In bovenstaande wordt een onderscheid genoemd tussen toepassingen die zijn gebaseerd op een (centrale) database met biometrische gegevens, en toepassingen met een eigen opslagmedium. Dit onderscheid heeft theoretische en praktische consequenties.

Op het theoretische vlak geeft een database het voordeel van het centraal bijeen hebben van biometrische en ander gegevens, die daardoor eenvoudig onderling vergelijkbaar zijn en blijven. Dit maakt zowel het schonen van de database mogelijk (ontdubbelen, op basis van naam of op basis van extreem nauwkeurig overeenkomende biometriek) als het vaststellen van de toegestane c.q. vereiste foutmarge in de meting.

Mocht bijvoorbeeld, meer praktisch, blijken dat voor een zekere gemeten waarde plus of min de toegestane foutmarge misschien wel tien kandidaat-identiteiten in de database aanwezig zijn, dan kan het onderscheidingscriterium worden versmald. Bij het niet vinden van een juiste opgeslagen waarde binnen de vastgestelde foutmarge, zou door hermeting alsnog een waarde kunnen worden gevonden of door het opvragen van aanvullende gegevens (user-id) alsnog een waarde worden gevonden.

Tevens kan bij een centrale database biometrie als extra authenticatie worden ingezet, bijvoorbeeld als authenticatie van de identificatie door middel van user-ids en eventueel passwords.

Daar staat tegenover dat het idee van een centrale database op nogal wat, terechte en onterechte, bezwaren stuit; zie hieronder (Drempels). Een oplossing is om de opgeslagen, uit de enrollment volgende initiële waarde, niet in een database onder te brengen maar aan iedere gebruiker individueel mee te geven.

Hiervoor zijn vele middelen voorhanden, de bekendste zijn smartcards en polsbanden. Indien die in respectievelijk dicht genoeg bij een leesapparaat worden gehouden, kunnen ze worden uitgelezen en de ter plekke gemeten biometrische waarde kan worden vergeleken op voldoende overeenkomst met slechts die ene waarde. De vergelijking laat in dit geval vaak een wat grotere tolerantie in de vergelijking toe omdat sprake is van authenticatie van de anderssoortige identificatie (user-id) en dus nauwelijks verwarring met andere gebruikers mogelijk is.

Deze manier van werken brengt een additioneel voordeel met zich mee: de drager van de enrollment-meetwaarde doet tevens dienst als identificatie door bezit. De asielzoekers in Nederland kennen reeds het Elektronisch WeekDossier dat identificeert met smartcard en vingerafdruk. Maar de Schiphol Travel Pass volgens hetzelfde idee (voor 'frequent flyers' die ermee sneller door controles konden), is buiten de belangstelling geraakt; wellicht was de overhead toch relatief te groot.

Een nadeel is dat er nog steeds sprake moet zijn van een eerste enrollment, om de biometrische uitgangswaarde (template) op het medium te krijgen. Dubbelen zijn heel wel mogelijk, en bij gebrek aan mogelijkheid tot centrale doorlichting, uiterst moeilijk op te sporen. Dit kan ook, bijvoorbeeld bij compromittatie, een voordeel zijn.

Terug naar inhoudsopgave



Betrouwbaarheidscriteria

Een belangrijke factor die telkens weer opduikt, is de betrouwbaarheid van biometrische systemen. Die is uit te drukken in diverse technische maten False Rejection Rate en False Acceptance Rate. Helaas - juist de zo nauwkeurige biometrische systemen geven geen nauwkeurige uitslag (?). Waar user-ids en wachtwoorden ten minste nog goed of fout zijn, een tussenweg is er niet, geven biometrische systemen wegens de meting van analoge eigenschappen een wat minder duidelijk antwoord.

De False Rejection Rate (FRR, Type-I-fout) is de kans dat een aanmelder ten onrechte wordt afgewezen op basis van de biometrische meetwaarde. Het doel is deze zo laag mogelijk te houden, om te voorkomen dat gebruikers klagen over onterechte afwijzingen. Dit vraagt om zo groot mogelijke meetmarges, zeker omdat rekening moet worden gehouden met veranderlijkheid van persoonlijke biometrische kenmerken, in de tijd en wegens de klimaatomstandigheden. Bovendien kan de technische kwaliteit van een systeem de meetmarge nog groter maken dan nodig zou zijn c.q. toelaatbaar is.

De False Acceptance Rate (FAR, Type-II-fout) is de kans dat een aanmelder ten onrechte wordt geaccepteerd op basis van de biometrische meetwaarde. Het doel is deze zo laag mogelijk te houden, omdat uniciteit van de identificatie en authenticiteit wordt nagestreefd. Dit betekent een streven naar zo klein mogelijke meetmarges, ondanks de veranderlijkheid van biometrische karakteristieken.

Een derde maat die wordt gebruikt, is de Equal Error Rate (ERR), die het punt aangeeft waarbij de FAR en FRR even groot zijn, hetgeen afhankelijk is van onder andere de toegestane meetmarge. De EER hangt samen met de D Prime-maat die aangeeft hoe 'goed' een middel twee individuen uit elkaar kan houden; een hogere D Prime is beter.

De False Acceptance, False Rejection en Equal Error Rate zijn in figuren 1 en 2 weergegeven.


Figuur 1. False Acceptance, False Rejection.

Sommigen in de biometriewereld werken met verwante, maar net wat andere begrippen. FAR en FRR richten zich namelijk op slechts een deelverzameling van de toepassingen. Een Type I-fout kan namelijk ook zijn wat juist wordt gezocht bij bijvoorbeeld fraudebestrijding: als een persoon die een enrollment wil in bijvoorbeeld een database van een sociale dienst, een biometrische waarde heeft die reeds in de database voorkomt, en een match geeft ('juiste persoon' in termen van figuur 1), dan willen we juist dat dit tot een Afwijzing leidt. (Dergelijk gebruik heet een Type B-applicatie, in tegenstelling tot de gangbare Type A-applicaties.) Andere toepassingen kunnen op eenzelfde manier een wat ander beeld geven. Vandaar dat in situaties waar een en ander niet vanzelfsprekend duidelijk is, de termen 'false match' en 'false non-match' worden gebruikt; die zijn dan begrijpelijker.

In figuur 2 is de invloed van fysiologische veranderingen en de daarvoor vereiste meetmarge weergegeven. Duidelijk is dat een grotere veranderlijkheid een grotere meetmarge vereist om niet te veel false rejections te krijgen maar dat dan anderzijds de false acceptance ook toeneemt.

Het streven zal dus moeten zijn naar (door meetomstandigheden, veroudering en dergelijke) niet of nauwelijks veranderende biometrieken zodat de variantie afneemt en de meetmarge omlaag kan. Tevens is het zoeken naar biometrische kenmerken die zo uniek identificerend mogelijk zijn, zodat de getoonde curves verder uit elkaar zullen liggen - liefst helemaal geen overlap vertonen - en ongeacht de meetmarge de FAR en FRR laag zullen zijn.


Figuur 2. Variantie van meetwaarden, meetmarge, false acceptance/rejection en EER.

Terug naar inhoudsopgave



Technieken

De heden ten dage voorhanden systemen baseren zich op de volgende biometrische kenmerken, te onderscheiden naar fysieke en gedragskarakteristieken:

Fysieke karakteristieken

Gedragskenmerken

Met name bij gedraggeoriënteerde systemen is er een risico op 'goats': gebruikers wier gedragspatroon zodanig varieert dat ze ten onrechte door een systeem niet zullen worden herkend. Ook fysiek georiënteerde systemen kunnen hier last van hebben, al zal het deel 'sheep' die binnen een gedefinieerde marge zullen blijven, groter zijn.

Gedraggeoriënteerde systemen bieden tevens de mogelijkheid emoties te bepalen. Hiervoor worden de drie dimensies van emoties - reacties op externe stimuli - bepaald:

Activiteit is het meest eenvoudig te bepalen, het is immers de meest uiterlijke vorm van emotie. De andere twee zijn eerder innerlijk. In lijn met [Keif96] geeft [Hes99] een volgende overzicht van de invloed van emotie op biometrische kenmerken, zie tabel 1.

  Woede Blijheid Droefheid Angst Afkeer
Spreeksnelheid Lichtelijk sneller Sneller of langzamer Lichtelijk langzamer Veel sneller Veel langzamer
Toonhoogte gemiddeld Veel hoger Veel hoger Lichtelijk hoger Veel hoger Veel lager
Toonhoogte-spectrum Veel breder Veel breder Lichtelijk smaller Veel breder Lichtelijk breder
Intensiteit Hoger Hoger Lager Normaal Lager
Stemkwaliteit Hijgerig,
uit de borst
Hijgerig, roepend Resonerend Onregelmatig Mompelend, uit de borst
Toonhoogtewijzigingen Abrupt, op klemtonen Vloeiend, opwaarts Neerwaarts Normaal Sterk, neerwaarts
Articulatie Strak Normaal Weinig Precies Normaal
Tabel 1. Emoties en invloed op biometrie.

Uit oogpunt van privacy is het wellicht ongewenst om emoties te kunnen laten detecteren, uit oogpunt van (e-)commercie kan het zeer gewenst zijn. Het kan immers een aanzienlijke toegevoegde waarde bieden de emotie van de potentiële koper te kennen, bijvoorbeeld om die met multimediamiddelen te beïnvloeden in de richting van een koop.

Bij al deze technieken valt op dat toepassing in de praktijk vaak nog alleen mogelijk is met de biometrieklezer die fysiek, maar ten minste logisch, dichtbij de centrale database c.q. het controlemechanisme. Dit om snel de gemeten waarde of de opgeslagen tegenwaarde te kunnen opzoeken en om te voorkomen dat er weer allerlei communicatiekanalen moeten worden gebruikt die eventueel kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld voor een Man in the Middle of een Denial-of-Service-aanval. Het tegendeel hiervan, met de vergelijkingstest juist ver weg - en 'off-line' - in een laboratorium, is:

De exotische toepassing van het gebruik van oorvormen zal vooralsnog maar buiten beschouwing blijven.

De inherente sterktes en zwaktes van al deze technieken zijn niet eenvoudig onderling vergelijkbaar wegens de grote afhankelijkheid van meetomstandigheden (incidentele nauwkeurigheid van meetwaarden) en de kwaliteit van de implementaties (aantallen meetpunten, systematische nauwkeurigheid van meetwaarden in de software). Toch zijn kort-door-de-bocht, dus onder voorbehoud van de nodige voorzichtigheid, wel enige onderlinge verhoudingen te schatten; deze zijn weergegeven in figuur 3. Bij voortschrijdende techniekverbeteringen zullen de biometrieken naar rechtsboven in de figuur schuiven.


Figuur 3. Onderlinge kwaliteitsverhoudingen (naar [Stee98]).

Voor latere selectie, implementatie en gebruik van middelen is het behulpzaam tevens de classificatie te hanteren die door de San José State University (SJSU) is samengesteld. De SJSU-classificatie wordt breed erkend en gehanteerd als gemeenschappelijk begrippenkader. De indeling onderscheidt de middelen naar:

Terug naar inhoudsopgave



Voor: authenticatie van de bron aan de bron met de bron

Een voornaam aspect dat een rol speelt, is het verschil tussen vertrouwelijkheid en exclusiviteit. Vertrouwelijkheid houdt in dat een verzonden bericht niet anders dan bij de bedoelde ontvanger(s) terechtkomt; logisch gezien dus een veel-naar-eenrelatie. Vertrouwelijkheid speelt daarom zo'n belangrijke rol bij bijvoorbeeld e-commerce voor consumenten: liefst zo veel mogelijk klanten willen ervoor zorgen dat hun credit-cardgegevens alleen bij één Internet-boekhandel terechtkomen. Exclusiviteit gaat verder, en doelt op een een-op-eenrelatie.

Om het nog even recht te zetten: de bedoeling van (separate) authenticatie is een-op-veel, althans, zorgen dat dat 'een' aan wie dan ook duidelijk wordt. Ziedaar de reden om vertrouwelijkheid en authenticatie te combineren. En, mede belangrijk om in het achterhoofd te houden, authenticatie betekent meestal authenticatie van de identificatie; een garantie dat de identificatie - door de initiator of door de ontvanger - juist is.


Figuur 4. Communicatiepijplijn.

In figuur 4 is de communicatiepijplijn (vereenvoudigd) schematisch weergegeven, voor een gebruiker die vanaf zijn toetsenbord, links in de figuur, en PC een (trans)actie wil uitvoeren op een server, rechts, of aan een ontvanger aldaar een bericht wil doorgeven. Op de PC zelf zal al, door identificatie/authenticatie, moeten worden zekergesteld dat alleen de juiste gebruiker / zender acties of een bericht kan invoeren. Vervolgens zal, door encryptie, moeten worden voorkomen dat op het netwerk wordt afgeluisterd, een Man in the Middle een bericht oppakt en gemodificeerd doorstuurt, of dat de Man in the Middle zorgt dat het bericht bij de verkeerde ontvanger terechtkomt.

Bij de server aangekomen, zal moeten worden gecontroleerd dat het bericht ongestoord op het netwerk heeft kunnen reizen; vandaar de herhaalde authenticatie. Gelukkig zal zelden alleen authenticatie van de bron-PC plaatsvinden maar zal ook de feitelijke gebruiker opnieuw worden geauthenticeerd. Het grote probleem is echter hoe kan worden zekergesteld dat een ontvangen bericht werkelijk van de aangegeven afzender stamt, en niet van een valse gebruiker, een overgenomen PC of een Man in the Middle.

Op de server zelf zal ten slotte autorisatie moeten worden gegeven, zowel aan de zender, om überhaupt een bericht te mogen aanleveren c.q. de gewenste transactie te mogen uitvoeren, en aan de ontvanger, om het bericht c.q. de transactie op te nemen.

Het risico van inbraak is met identificatie/authenticatie, encryptie en autorisatie nog niet gemitigeerd. Een inbraak op de PC kan betekenen dat maatregelen verderop in/op de pijplijn buiten werking worden gesteld, en dan bijvoorbeeld een Man-in-the-Middleaanval (vanaf een willekeurige PC) mogelijk maken. En een inbraak op een server kan uiteraard de autorisatie buiten werking stellen doordat de inbreker zich weet te presenteren als een geautoriseerde gebruiker - een lek op de server betekent immers dat er van 'geen belemmering wegens beveiliging' sprake is.

In het navolgende zal de nadruk worden gelegd op biometrische hulpmiddelen voor authenticatie (verificatie van de identificatie, zogenaamde 'closed search') en voor identificatie (herkenning, zogenaamde 'open search') als aparte toepassing aan de, in termen van figuur 4, zender-kant. En bij ontbreken van een netwerk, tevens de authenticatie voor de server. De mogelijkheden voor identificatie worden door diverse fabrikanten nogal eens benadrukt door te wijzen op de vijftig procent helpdeskcalls die betrekking hebben op vergeten passwords; dat zou met biometrische hulpmiddelen geheel zijn te vermijden. Mits de tools nauwkeurig genoeg zijn, zou sterkere beveiliging met biometrie bovendien nu eindelijk eens verlaging van overhead voor gebruikers en beheerders kunnen betekenen: er is geen passwordbeleid, -invoer en -beheer meer nodig.

De gezochte waarborgen voor uniciteit leiden echter ook tot bruikbare middelen voor non-repudiation (onweerlegbaarheid, het niet kunnen ontkennen een bericht te hebben verzonden); dit is vooralsnog een extra'tje, dat ook door de vragende (authenticatie-eisende) partij als nevenvoordeel zal worden beschouwd.

De authenticatie zal zo dicht mogelijk op de werkelijke bron moeten plaatsvinden; iedere (technische) schakel is er één waar voorafgaand al een inbreuk kan zijn gedaan op de integriteit van de keten. Men denke bijvoorbeeld aan het geval van de bank waarvan de client-software compromitteerbaar bleek en waar na compromittatie van die software de cliëntgegevens uit de banksystemen konden worden opgehaald - niet door de eigenaar maar door de hacker.

Doordenkend voldoet in zo'n geval alleen een 'water'dichte PC of terminal; alleen dan kan worden zekergesteld dat er geen screengrabbers, keystrokelezers of andere Trojaanse paarden kunnen worden binnengesmokkeld. In het geval van de bank was dat niet haalbaar, het betrof immers PC's bij de mensen thuis en verbindingen over het grote, open Internet. Er zal dus een middel nodig zijn dat niet (alleen) de over de lijn verzonden codes identificeert als behorende bij een zekere persoon, maar tevens waarmaakt dat de bron in orde is.

Normaliter worden daarvoor middelen van kennis en eventueel bezit gebruikt, in casu wachtwoorden en allerhande tokenkaarten met, in het gunstigste geval, one-time nonces uit challenge-responsemechanismen met PIN-codes erin versleuteld. Oftewel, het authenticatiebericht, de respons met nonce (berekend antwoord) kan hoogstwaarschijnlijk alleen zijn gegenereerd uit een unieke combinatie van token(reken)kaart, PIN-code en eenmalige, tijdelijk geldige challenge. Een dergelijk complex mechanisme garandeert redelijkerwijs kennis (wachtwoord/PIN-code), bezit (tokenkaart), en juiste adressering (adres voor de challenge). Dit laatste kan nog worden versterkt door gebruik te maken van call-backfaciliteiten zodat een eerste contactpoging wordt tot een identificatie van het verzendadres.

Daar staat tegenover dat een Man in the Middle nog steeds op een bestaande verbinding, of een verbinding in opzet, kan inbreken. Dit kan met een juiste stapeling van encryptie- en andere exclusiviteitsmaatregelen - PC's en servers afschermen - worden tegengegaan.

Kennis en bezit blijken echter nog steeds, door toeval, list en bedrog of onder dwang, te zijn af te nemen. Zie het genoemde voorbeeld van valse adreswijzigingen. Derhalve is er een behoefte aan nog sterker mechanismen; onvervreemdbare individuele eigenschappen. Dergelijke eigenschappen worden vastgesteld met biometrie.

Terug naar inhoudsopgave



Drempels

Er zijn een aantal drempels, soms zelfs 'tegens', die de doorbraak van grootschalig gebruik van biometrische hulpmiddelen hebben gehinderd:

Vragen in de juridische sfeer die verduidelijking behoeven (ontleend aan [Kral99]):

  • Hoe past biometrie als beveiligingstechniek in de huidige wettelijke kaders inzake beveiliging?
  • Kan het gebruik van biometrie een inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer en zo ja, kan dat als een inbreuk op een grondrecht worden aangemerkt?
  • Mogen individuele toepassingsaanbieders biometrische gegevens verzamelen, gebruiken en beheren en mogen zij hiermee verificatiediensten ten behoeve van derden verrichten?
  • Moeten andere instanties dan de huidige de bevoegdheid krijgen om de ware identiteit van een natuurlijk persoon te kunnen onderzoeken?
  • Moet deze personalisatie niet onder de Wet op de identificatieplicht worden gebracht?
  • Hoe is de bewijspositie van de gebruikers van chipkaarten bijvoorbeeld bij mogelijke fraude?
  • Moeten via een vergunningenstelsel onafhankelijke instanties worden gecreëerd voor het beheer van de verificatiegegevens?

Op basis van nadere analyse zijn hierop de volgende (gedeeltelijke) antwoorden te geven:

  • De gebruikte techniek kan van invloed zijn op het antwoord op de vraag of sprake is van een inbreuk op een grondrecht;
  • Inbreuk op een grondrecht hangt ook af van het bestaan van een fall-backoptie;
  • Niet alle vormen van biometrische gegevens en methoden van opslag van deze gegevens vallen onder de wettelijke regels inzake de bescherming van persoonsgegevens;
  • In het algemeen moet er grote voorzichtigheid worden betracht bij het handelen zonder medeweten of toestemming van de betrokkene en met verplichte biometrische persoonsverificatie;
  • Als de proportionaliteit uit het oog wordt verloren, zal biometrie kwetsbaar zijn;
  • Aan de wettelijke vereisten inzake beveiliging zal niet altijd kunnen worden voldaan zonder biometrie toe te passen. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijkheid voor welke toepassingen biometrie (wettelijk) noodzakelijk is;
  • Het belang van het beheer en de adequate bescherming van grote databanken met biometrische gegevens vraagt de aandacht van beleidsmakers;
  • Er dient aandacht te zijn voor de vraag of een kaarthouder/verdachte kan worden gedwongen tot medewerking bij het opheffen van een biometrische beveiliging;
  • De overheid dient zich te beraden op de vraag of een instantie die de chipkaart heeft gepersonaliseerd moet worden verplicht bepaalde maatregelen te treffen ten behoeve van het opheffen van een biometrische beveiliging;
  • Biometrie mag er nooit toe leiden dat hieraan dwingende bewijskracht wordt toegekend;
  • Aandacht zal er ten slotte moeten zijn voor de opslag en het beheer van biometrische gegevens.
Kader 1. Juridische aspecten (nationaal).

En er is het verhaal uit Japan over gangsters die de vinger van een 'executive' zouden hebben afgehakt om daarmee te kunnen inbreken. Als antwoord is nogal eens sprake van vingerprintlezers die tevens bloeddruk of -warmte zouden kunnen lezen. Alsof die, met noodzakelijkerwijs grote vergelijkingsmarges tegen FRR, niet zouden zijn te vervalsen op dezelfde wijze als een vingerafdruk. Onduidelijk is in hoeverre het hier een Broodje-Aapverhaal betreft; het verhaal speelt immers 'aan de andere kant van de wereld' en is dus prima oncontroleerbaar.

(Overigens, bij iris- en netvlieslezers kan een pupilreflexmeting worden toegevoegd, tegen misbruik door middel van foto's.)

En bovenstaand verhaal over mogelijke fouten met DNA-monsters geven al aan dat ook misbruik per ongeluk nog steeds kan...

Concluderend blijkt het juiste zijn nog steeds niet absoluut onlosmakelijk te zijn gekoppeld aan de juiste persoon, of aan de persoon die een oorspronkelijke transactie wilde doen. Oplossing is nog dieper die persoon binnen proberen te komen, om tot een onafscheidelijk en uniek kenmerk te geraken. Wat is wezenlijk aan een mens? Wie hierover doorfilosofeert, belandt in 'cogito ergo sum', terwijl dit niet oplost om een sluitend 'ego sum' aan de andere kant van een netwerk te krijgen... Voorwaar hinderlijk, want de doelstelling was juist om unieke authenticatie te verkrijgen.

De meest uitgebreide poging die zou kunnen worden ondernomen, zal dan ook uitgaan van kennis, bezit én zijn. [Rice99] geeft het voorbeeld van een polsband met smartcard en PIN-code plus asymmetrische cryptogafische codering. De polsband meet de polsaderen (zijnswaarde), de gebruiker wordt een PIN-code gevraagd en bovendien wordt met een public/private-keyalgoritme en een challenge-responsemechanisme de diverse, waaronder biometrische waarde versleuteld naar een (radio)ontvanger gestuurd om aldaar te bepalen of de kennis, bezit en zijn bij elkaar horen. Dit alles zonder dat centrale opslag van de gegevens nodig is.

Nadeel is dat er nog steeds geen middel is om overvallers tegen te houden. Onder bedreiging een PIN-code afgeven zal bij gebruik van biometrie niet meer voldoende zijn, maar onder bedreiging 'gewoon' geld opnemen en vervolgens moeten afstaan blijft natuurlijk mogelijk. Het enige redmiddel wat dan nog over is, heet een stil alarm. Sommige software bij vingerafdruklezers kent deze mogelijkheid door een 'alarmvinger' voor te programmeren; wordt die gebruikt, dan is er sprake van dwang in een noodsituatie. En ook tegen een alarmvinger bestaan alweer twee bezwaren:

De alarmvinger is in wezen een vorm van steganografie, het meesmokkelen van verborgen informatie in overigens regulier lijkende berichten. Dit valt buiten de reikwijdte van deze white paper en richt zich (hier en normaliter) ook eerder op andere delen van de communicatiepijplijn van figuur 4 dan identificatie/authenticatie of autorisatie door biometrie.

Terug naar inhoudsopgave



Wegnemen drempels

De genoemde drempels zullen moeten worden weggenomen; ze vormen in wezen de kritieke succesfactoren waar ook de IT-auditor zich op kan richten. De drempels zullen een voor een worden behandeld. In een aantal gevallen valt niet eenduidig aan te geven hoe een nadeel kan worden verholpen; techniek- en situatieafhankelijkheid staan zo'n antwoord in de weg.

Terug naar inhoudsopgave



Een voorbeeld: de stadionpas

Recent zijn er signalen de wereld ingezonden dat wordt overwogen biometrie in te zetten om hooligans buiten de voetbalstadions te houden. Een clubcard met biometrische techniek erop heeft echter natuurlijk ook de genoemde nadelen:

  • De betrouwbaarheid zal zeer goed moeten zijn. Uitsluiting op onterechte gronden zal immers voor een hoop lawaai zorgen. Daar komt bij dat het een 'sport' zal worden het systeem te misleiden, zowel bij registratie als bij later gebruik. Hetgeen staat tegenover de echte supporters voor wie het systeem niet te belastend mag zijn en er zal dus juist met een redelijke tolerantie moeten worden gewerkt.
  • De leesapparatuur moet dus goed en zéér foolproof zijn. Voor hooligans die quasi-onwetend apparatuur mishandelen moet de apparatuur fysiek robuust genoeg zijn. Alleen al de benodigde hygiëne voor een bruikbare aflezing kan een belemmering zijn.
  • Er zal een keuze moeten worden gemaakt tussen een systeem met de biometrische referentiewaarde in een centrale database of op een clubcard. Beide varianten hebben zo hun voor- en nadelen.

Een centrale database kan bijvoorbeeld veel meer gegevens bevatten, kan gekoppeld zijn aan andere databases (politie, KNVB), etc. In dat geval dient de clubcard als bewijs van registratie, de identificatie en authenticatie gebeurt dan met biometrie. En wordt het centrale bestand gebruikt om te bepalen wie er wel, of juist wie er niet een stadion inmag? In het ene geval zal het wel een grote database worden met alle problemen van dien met performance, betrouwbaarheid, wellicht dubbelen of niet-onderscheidbare referentiewaarden, etc. In het andere geval is er natuurlijk een probleem hoe te voorkomen is dat onterechte entries worden rechtgezet. Kwaadwillenden zullen bovendien niet erg meewerkend zijn om betrouwbare, neutrale nulmeting (registratie van de referentiewaarde) te ondergaan.
Los daarvan zal een centrale database een hoop datacommunicatie met zich meebrengen naar de stadions. Hoe betrouwbaar die kan zijn in termen van beschikbaarheid, performance en afscherming (bestendigheid tegen hackers/crackers) is maar de vraag.
Als de referentiewaarde op een chipcard wordt opgeslagen, zijn de problemen misschien zelfs nog wel groter. Hoe aan te tonen dat iemand een stadionverbod heeft? De kaart is zó "verloren" waarna een nieuwe zal moeten kunnen worden aangevraagd en met een beetje oefening zal een net ietsje andere referentiewaarde kunnen worden geproduceerd voor de registratie, althans binnen de normale tolerantie voldoende anders om als nieuwe referentiewaarde te worden gebruikt. Dus is er een (centrale) database nodig met uitgeslotenen. En als die er moet zijn, waarom dan nog de referentiewaarde op de chip gehouden?

Daar staat tegenover dat het op kaarten opslaan van de referentiewaarden, het moeilijk wordt om bij te houden wie nou net is uitgesloten. Daarvoor is toch een database nodig. Als er dan toch een database zou moeten komen, kan die net zo goed alle info bevatten, dan is geen chipkaart nodig. Dan is de identificatie alleen op basis van 'zijn', want de verificatiegegevens op basis van het weten van een naam of pincode, het bezit van een clubkaart of iets dergelijks is gemakkelijk te vervalsen.

Terug naar inhoudsopgave



Kómt er wel een doorbraak?

Afgezien van de drempels, kan natuurlijk de vraag worden gesteld of biometrische identificatie en authenticatie wel zo snel zal aanslaan. Sinds de snelle introductie van de PIN-pas was er aan chipcards een stuk minder behoefte. Sinds de introductie van mobiele telefonie dreigt het met WAP dezelfde kant op te gaan. En sinds het gewoon wordt 'moeilijke' passwords te onthouden, is de behoefte aan iets extra's, ingewikkelds voor authenticatie misschien al niet eens meer nodig? Het zal eraan liggen voor welke gebruikersgroepen we biometrie willen inzetten. En wat we 'succes' van toepassing van biometrie noemen.

Enerzijds zijn er de grote groepen consumenten, met hun eigen aardigheden. Met name de acceptatie van alweer een technologische nieuwigheid zal cruciaal zijn. Biometrie is lastig, alleen al omdat het nieuw is. En de voordelen ziet de consument waarschijnlijk niet. Die liggen dan ook bij de producent/leverancier. Dié krijgt betere authenticatie van gebruikers, waardoor hij selectiever kan zijn en/of minder kwijt is aan verliesnemen om der gebruiksvriendelijkheid wille. Pas als dat wordt doorvertaald naar de consument, kan er succes komen.

Anderzijds zijn er kleine gebruikersgroepen die gespecialiseerde transacties uitvoeren, met hoge waarden zoals aandelentransacties. De risico's zijn dan groot als er iets misgaat. Daarbij kan als voordeel gelden dat er vaak sprake is van het werken in specifieke omgevingen - effectenkantoren, omdat alleen onder elkaar de feeling voor marktbewegingen ontstaat. Dat biedt de mogelijkheid om, als men zich toch al enigszins inschikt, de kleine aanpassing van biometriegebruik er eenvoudig bij te nemen. Ook op andere plaatsen met relatief overzichtelijke, beheersbare gebruikersgroepen duikt biometrie op. Het kan best zijn dat die niet zo in het oog lopen, maar dat was aanvankelijk ook bij het gebruik van faxen en Internet het geval. Een algehele doorbraak of zo is niet nodig, zelfstandige oplossingen kunnen prima dienstdoen voor specifieke beveiligingssituaties.

Kortom: het gaat niet om een doorbraak, maar er zijn vele toepassingsmogelijkheden van beperkte omvang waar biometrie een prima oplossing kan zijn. Om enkele zaken te noemen - die overigens geen absolute voorwaarde zijn:

En/of

En/of

En/of

En/of

Terug naar inhoudsopgave



Overwegingen voordat van start wordt gegaan

De vele drempels c.q. kritieke succesfactoren geven echter wel al aan dat de introductie van biometrie niet licht moet worden opgevat.

Het volgende geeft een kort overzicht van de overwegingen en vragen die bij de selectie en implementatie van biometrische toegangsbeveiliging aan bod zouden moeten komen (ontleend aan [ICSA99]). De volgorde van items is niet verplichtend.

  1. Wat zijn de redenen om biometrie te gebruiken en wat zijn de zakelijke argumenten en randvoorwaarden? De 'business case' dient voorop te staan in de tijd en naar belang. De redenen dienen zakelijk verantwoord te zijn. En budgetten en deadlines dienen vooraf duidelijk te zijn, om technisch gefröbel te voorkomen. En de namen van de sponsor, trekker en projectteamleden dienen te worden ingevuld.


  2. Wat voor beveiliging wordt er nu precies vereist? Inventariseer alle huidige zwakke plekken in de beveiliging; zowel logisch al fysiek. Maar ook alle voorzienbare sterke en zwakke plekken als biometrie wordt ingezet, zullen moeten worden onderzocht; niet alleen gaat het om huidige fysieke locaties waar in de toekomst biometrische metingen zouden kunnen worden gestoord, maar ook allerlei locaties waar het wellicht niet mogelijk is meetapparaten beschikbaar te hebben. Denk aan de trend richting telewerken: als een van uw medewerkers zodadelijk met zijn/haar geïntegreerde GSM-palmtop aan het strand zit en nog even wat werkdingetjes wil afronden, is het wat onhandig om een zware gezichtswarmtebeeldcamera te moeten meeslepen - of u vindt het juist wenselijk dat de medewerker zichzelf niet in z'n privétijd stoort met werk.


  3. Welk beveiligingsniveau wordt gewenst? Wilt u Fort Knox of wilt u alleen een PIN-codesysteem vervangen? Hierbij dient met name een afweging plaats te vinden tussen de business case en de nader inschatbare baten (besparingen en beveiligingsniveau) en kosten.


  4. Is een biometrisch hulpmiddel überhaupt wel nodig? Wellicht kan bij nader inzien een bestaande vorm van beveiliging (kennis en bezit), ter aanvulling of vervanging van het huidige systeem, net zo gemakkelijk het gewenste beveiligingsniveau bereiken.


  5. Is er een onderzoek uitgevoerd onder de uiteindelijke gebruikers en wat zijn daarvan de resultaten? Ten minste zal moeten worden onderzocht wat de houding tegenover de interactie met biometrische apparatuur is, en hoe de opslag van biometrische en eventueel andere gegevens eruit gaat zien.
    Eerlijke voorlichting zal essentieel zijn voor uiteindelijke acceptatie; als het gebruik van biometrie wordt simpel wordt voorgesteld en later een zware belasting blijkt, zal de acceptatie laag zijn. Eveneens lijkt het raadzaam het gebruikersonderzoek te herhalen als er tijdens het verdere implementatietraject belangrijke koerswijzigingen nodig zijn, bijvoorbeeld door de omschakeling naar een andere vorm van biometrie dan aanvankelijk was voorzien.


  6. De functionaliteit van het biometrische systeem dient van tevoren helder te worden gedefinieerd. Aan een systeem dat authenticatie van (hoe?) aangedragen identiteiten moet verzorgen, dienen andere eisen te worden gesteld dan aan een systeem dat in een database dubbele identiteiten moet voorkomen.


  7. Gegeven dat een biometrisch systeem wordt geïmplementeerd, wat zijn dan de resterende mogelijke vormen van inbraak? De inventarisatie van zwaktes zal moeten worden gemaakt ongeacht de inschatting van de hoogte van de risico's. Die kunnen namelijk (te) snel veranderen als biometrie meer gemeengoed wordt; beveiliging is een wapenwedloop...


  8. Wie gaat het systeem onderhouden? Is dit een aparte functionaris, of wordt het beheer bij diverse functionarissen ondergebracht? Zijn de vereiste technische en systeemkennis en (op te bouwen) -ervaring bij die personen aanwezig? Wie is verantwoordelijk voor technisch onderhoud en wat zijn daarvoor de noodzakelijke bevoegdheden op het systeem? Uitgangspunt zal meestal zijn het beheer met de huidige staf van medewerkers te doen, hetgeen dan een opleidingsbehoefte betekent die - niet te vroeg, niet te laat - moet worden ingevuld.


  9. Hoe wordt toegang tot biometrische gegevens beveiligd en waar? Het systeem op zich dient ook te worden beveiligd, en wel zwaar. Duidelijk moet zijn welke gegevens de ronde doen en waar die zich bevinden - in database(s), datacommunicatie, smartcards, etc.


  10. Wie heeft toegang tot de biometrische gegevens? Zijn er naast de systeembeheerders uit punt 8 nog anderen die toegang hebben tot de gegevens? Hiervan dient een apart register te worden bijgehouden. Nodeloos op te merken dat de toegang tot het biometrische systeem en de biometrische gegevens controleerbaar (auditable) moet zijn en dat sluitende controles meer dan ooit noodzakelijk zijn.


  11. Wat is de definitie van de groep uiteindelijke gebruikers? Schattingen van zowel het initiële als het uiteindelijke aantal gebruikers moeten in kaart worden gebracht, en onderzocht moet worden of expliciete toestemming van die gebruikers nodig zal zijn (praktische en juridisch). Indien nodig, bepaal dan tevens hoe die toestemming zal moeten worden verkregen. Indien niet, bepaal dan hoe de gebruikers zullen worden ingelicht over de introductie van het biometrische systeem.


  12. Wat is het beste moment voor enrollment en wat is het beste moment voor latere metingen?
    Bij het beste moment voor enrollment dient te worden nagegaan of de gebruikers er apart voor moeten opdraven of dat het mogelijk is de enrollment te doen als de gebruikers zich melden voor diensten c.q. toegang - waarbij rekening moet worden gehouden met speciale controles op de gewenste identificatie bij enrollment. Namen, adressen, paspoorten, etc. zullen uitgebreid moeten worden nagetrokken om te voorkomen dat malafide personen door de enrollment komen.
    Bij latere metingen, in het dagelijkse gebruik, zal moeten worden bepaald hoe snel de meting en toegangsverlening moet worden uitgevoerd; triviale zaken als bijvoorbeeld té traag openende deuren - als de handpalmlezer te dicht op de deur is gemonteerd, maar (NB) ook als de centrale database 'te ver weg' is voor snelle communicatie en matching - staan uiteindelijke acceptatie in de weg.


  13. Wat is de schaalbaarheid van het systeem? De databases met biometrische gegevens kunnen wellicht de groei van de gebruikerspopulatie niet aan, naar omvang en/of naar snelheid van matching. Ook is er een (hoewel niet zeer groot) risico dat bij een sterk groeiende gebruikerspopulatie het aantal gevallen waarbij twee biometrische waarden moeilijk onderscheidbaar zijn, zal toenemen.


  14. Waar dienen de gegevens te worden opgeslagen; in een database of ergens anders (magneetstrip of smartcard)? Op basis van punten 1-13 zal hierover een principebesluit moeten worden genomen.


  15. Welke omvang en aantal van templates is nodig? Gegeven de opslagmethode kan worden bepaald hoe groot de template moet zijn (simpelweg in bits) om voldoende onderscheidend te zijn. Een op smartcard opgeslagen template hoeft niet groot te zijn (en kan dat niet) omdat latere matching toch verificerend zal zijn bij anderssoortige identificatie. Een andere factor is het (uiteindelijke!) aantal gebruikers; als dat klein is, kan de template ook klein blijven om toch nog voldoende onderscheidend te zijn. Is de uiteindelijke gebruikerspopulatie zeer groot (bijvoorbeeld een bevolkingsadministratie) dan zal de template evenredig groter moeten zijn om 'dubbelen' qua templatewaarde te voorkomen.


  16. Wat is de uiteindelijke fysieke omgeving? Bij punt 2 hierboven was al even sprake van de meetomgeving die de uiteindelijke waarde van de inzet van willekeurig welk biometrisch systeem zal bepalen. Gegeven antwoorden op de vorige vragen, kan een meer gedetailleerde analyse worden gemaakt. De niveau's van (en fluctuaties in!) temperatuur, vochtigheid, luchtdruk, natuurlijk en kunstmatig licht, achtergrondgeluid, netwerkruis, vuil en algemene hygiëne van de persoon, vervuiling van de omgeving en van de meetapparatuur en stroomvoorziening, om er een paar te noemen, beïnvloeden de meting; wellicht zelfs te veel om nog nauwkeurig genoeg te kunnen meten. Een alternatieve biometrische techniek kan dan misschien soelaas bieden.


  17. Wat zijn de karakteristieken van de gebruikerspopulatie? Leeftijd, geslacht, etnische achtergrond, beroep, hobby's, culturele aspecten en andere persoonlijke factoren spelen allen een rol bij de keuze voor en van een biometrisch systeem. Dergelijke informatie is echter bij uitstek privacygevoelig. Bovendien moet voorzichtig worden omgegaan met de soms indringende vragen en zal het doel van de vragen helder moeten worden uitgelegd.


  18. Houd er ook rekening mee, dat het weigeren van gehandicapten (blinden hebben overduidelijk problemen met irisherkenners, bijvoorbeeld) nou net niet het juiste signaal geeft.

  19. Welke (potentiële) juridische aspecten spelen een rol? Dit kan betrekking hebben op de privacy rond de biometrische gegevens en/of de ermee samenhangende opgeslagen gegevens, zowel in opslag (al of niet afhankelijk van de opslag in een centrale database of decentraal op smartcards, etc.) als tijdens transport over netwerken. Kader 1 geeft een - niet uitputtend - overzicht van de diverse (nationale) kwesties die een rol spelen.


  20. Wat zijn de bestaande (legacy-?) systemen waarop het biometrische hulpmiddel moet aansluiten? Hierbij zijn zowel operatingsystemen, hardware, applicatiesoftware, als netwerkcomponenten van belang. Een duidelijk punt; als de biometrische beveiliging nergens aan is vast te knopen, is die nergens nuttig voor.


  21. Wat is de lange-termijnlevensvatbaarheid van de leverancier(s)? Voorkomen moet worden dat de ondersteuning van de leverancier na korte tijd wegvalt, zeker als de volgende punten wat minder zwaar blijken te hebben gewogen...:


  22. Welke API's kunnen worden gebruikt? Zoals hiervoor reeds werd aangegeven, zal moeten worden voorkomen 'locked in' te raken in de toevallige hard- en software van het moment.


  23. Kan een toekomstig (ander) biometrisch systeem gebruikmaken van dezelfde database? Of zou er opnieuw moeten worden begonnen en zou een volledige her-enrollment van alle gebruikers nodig zijn?


  24. Welke meetmarges zijn acceptabel? Bovengenoemde punten 1-5 en met name punt 3 bepalen welke meetmarges, FAR en FRR zijn toegestaan. Het te selecteren middel moet deze natuurlijk kunnen leveren.


  25. Is een evaluatie van meer dan een technologie of systeem nodig? Zo ja, selecteer dan de relevante technologieën c.q. systemen en test ze in testomgevingen.


  26. Is een veldproef nodig? Meestal zal het antwoord 'ja' zijn. Zorg daar dan voor, maar let er wel op dat:


  27. Na de proef: hoe nu verder? Eerst dient een Go/Stop-Go/No-Go-beslissing te worden genomen. Waarbij de Stop-Go-optie - een adempauze inlassen om verbeteringen door te voeren (inclusief hertest) - niet hoeft te worden vergeten maar juist een gunstige oplossing kan zijn. Vervolgens zal een gedegen planning voor de roll-out nodig zijn.

Terug naar inhoudsopgave



Afsluitend

Samenvattend kan worden gesteld dat de biometrische hulpmiddelen zo langzamerhand technisch volwassen genoeg zijn geworden om een betrouwbare extra beveiliging te kunnen bieden. Behalve enige duidelijkheid die soms nog moet worden geschapen over juridische aspecten, zal het erop aankomen, zoals altijd, de selectie en implementatie consciëntieus te doen.

Vervolgens zal dan het beheertraject netjes moeten zijn ingericht om tot een succes te komen; ook dat is niets nieuws. Van daaraf kan dan eenieder weer op de blauwe ogen worden vertrouwd. Of op face value, of ...

Biometrie moet niet omdat het een hype(je) is. Biometrie moet wel worden overwogen, als extra hulpmiddel in de beveiligingswedloop.

Terug naar inhoudsopgave



Literatuur

Onderstaande is slechts een beperkt overzicht van de vele researchartikelen, nieuwsbrieven en press releases van fabrikanten op het net. Alle links waren geldig per datum van publicatie.

[Anch99] ZDNet AnchorDesk, The Biometrics Revolution, http://www.zdnet.com/anchordesk, 19 mei 1999
[AG99] Automatisering Gids redactioneel, Biometrie voor herkenning vingerafdruk, week 31, 31 juli 1998
[Amer99] W. Amerongen, Roodkapje: biometrist 'avant la lettre', Computable nr. 15, 16 april 1999
[Bass98] T.A. Bass, Dress Code, Wired nr. 4, april 1998
[BBC00] BBC News, Speaking for security, 25 september 2000, http://news.bbc.co.uk/hi/english/sci/tech/newsid_941000/941663.stm
[Biom00] Biometrie in het nieuws, overzicht van nieuwsberichten, http://www.casema.net/~henryv
[Bloo98] Bloomberg, Biometrics moves to the fore, CNet News.com, http://www.news.com/News/Item/0,4,29019,00.html, 18 november 1998
[Bloo98] R. Boucher Ferguson, Putting a finger on security, ZDNet / eWEEK, 25 september 2000, http://www.zdnet.com/eweek/stories/general/0,11011,2631535,00.html
[Brig99] P. Briggs, Siemens Launches Secure PCs, TechWeb/CMPnet, http://www.techweb.com/wire/story/TWB19990511S0027, 11 mei 1999
[Brow99] B. Brown, Biometric Evolution, PC Magazine Online, http://www.zdnet.com/pcmag/stories/reviews/0,6755,400287,00.html, 3 mei 1999
[Byte98] Byte redactioneel, Smartcards in Action, http://www.byte.com/art/9804/sec19/art3.htm
[CiB00] Cards in Business, Identificeren en verifiëren: een wereld van verschil, http://www.gigamedia.nl/html/cib/index.htm
[Clar98] T. Clark, Speech recognition takes off, CNet News.com, http://www.news.com/News/Item/0,4,18767,00.html, 3 februari 1999
[Cost99] T. Costlow, Stung by sticky fingers, biometrics regroups, EETimes/CMPnet, http://www.techweb.com/se/directlink.cgi?EET19990426S0008, 26 april 1999
[Cryp99] Crypsys, Biometrie; het lichaam als wachtwoord, Crypsys Contact winter 1998
[Davi97] A. Davis, The Body as Password, Wired nr. 7, juli 1997
[Decl98] F. Declerq, Biometrie: wordt zelf je wachtwoord, Computable nr. 45, 6 november 1998
[Flyn98] H. Flynn, Biometrics and Digital Signatures for Authentication, Gartner Advisory Research Note, 30 april 1999
[Flyn98] J. Gartner, Giving Amazon the Finger, Wired News, 29 juni 2000, http://www.wired.com/news/technology/0,1282,37321,00.html
[Guld98] J. Guldentops, Computers houden niet van klamme handen, CM Corporate nr. 116, 23 september 1998
[Gunn99] G. Gunnerson, Are You Ready for Biometrics?, PC Magazine Online, http://www.zdnet.com/products/stories/reviews/0,4161,386987,00.html, 8 februari 1999
[Harr99a] K. Harris, Biometrics: An ATM Identification Replacement?, Gartner Advisory Research Note, 5 april 1999
[Harr99b] K. Harris, A Guide to Evaluating Biometrics, Gartner Advisory Research Note, 28 april 1999
[Hes99] R. Hes, T.F.M. Hooghiemstra en J.J. Borking, At face value, On biometrical identification and privacy, Registratiekamer, september 1999
[IBIA99] International Biometric Industry Association, Facts About Biometrics, the Biometric Industry, and IBIA, http://www.ibia.org/understa.htm, 28 maart 1999
[ICSA99] International Computer Security Association, The Biometrics Industry, http://www.icsa.net, januari 1999
[Keif96] R. Keifer, Polygraph versus Voice Stress, http://www.polygraph.org, 11 september 1996
[Kral99] J. van Kralingen, C. Prins en J. Grijpink, Het lichaam als sleutel, Juridische beschouwingen over biometrie, ITeR - Centrum voor Recht, Bestuur en Informatisering, http://cwis.jub.nl/~frw/people/prins/bio-nl.htm, 1999
[Kriz99] H. Kriz, Boosting Biometric Privacy, Wired News, http://www.wired.com/news/print_version/technology/story/18810.html?wnpg=all, 30 maart 1999
[Loiz00] C. Loizos, The identification that you'll never leave home without, Red Herring, http://www.redherring.com/mag/issue58/biometrics.html, 24 september 2000
[Mile99] S. Miles, Firm unveils fingerprint ID system, CNet News.com, http://www.news.com/News/Item/0,4,32381,00.html, 12 februari 1999
[Mosk99] R. Moskowitz, Are Biometrics Too Good? Network Computing/CMPnet, http://www.techweb.com/se/directlink.cgi?NWC19990125S0017, 15 januari 1999
[News00a] Newsbeat.biometrie, Proef: hek met de hand openen, http://newsbeat.dds.nl/nieuws/4.html, 9 juni 2000
[News00b] Newsbeat.biometrie, Liever een slot erop, http://newsbeat.dds.nl/nieuws/7.html, 30 juni 2000
[PCMa99] PC Magazine editorial, Biometrics: 007-Worthy Security, http://www.zdnet.com/products/stories/reviews/0,4161,2199371,00.html, 8 februari 1999
[Prin00] C. Prins, De relativiteit van anonimiteit. De rol van biometrie bij identificatie en verificatie, http://infolab.kub.nl/till/data/topic/mediamar.html
[Rand99] N. Randall, Biometrics Basics, PC Magazine Online, http://www.zdnet.com/pcmag/stories/reviews/0,6755,392609,00.html, 22 maart 1999
[Rice99] J. Rice, A Third Way for Biometric Technology, IS Audit & Control Journal, Volume III, 1999
[SanJ99] San Jose Mercury News, Bank will ID its customers by pattern of eye's iris, SiliconValley.com, http://www.mercurycenter.com/cgi-bin/edtools/printpage/printpage.pl, 13 mei 1999
[Spei00] M. Speir, U-Match mouse makes biometry easy, Federal Computer Week, 16 augustus 2000, http://www.fcw.com/fcw/articles/2000/0814/web-review-08-16-00.asp
[Stee98] E. van der Steen, Biometrie: betrouwbare en comfortabele toegangscontrole zonder belemmeringen, Security Management nr. 9, september 1998
[StIV00] Stichting IVV, Evaluatieverslag experiment smartcard en biometrie stichting CAD Zwolle e.o., februari 2000
[TK00] Tweede Kamer, Lijst vragen en antwoorden over de misbruik van sofi-nummers op Nederlandse reisdocumenten, http://www.parlement.nl/doc/rec/docs/data/lijst_ vr_antw_misbruik_sofinummers_op_nederlandse_reisdocumenten.htm, 18 mei 2000
[Verh99] B. Verhoeven, Het lichaam als barcode, De Ingenieur nr. 8, 5 mei 1999
[Viol99] B. Violino, A.K. Larsen, B. Davis, More Options For Tighter Security, InformationWeek/CMPnet, http://www.techweb.com/se/directlink.cgi?IWK199990215S0027, 15 februari 1999

Terug naar inhoudsopgave



Noten

1) Nog wat verder terug in de geschiedenis komen we beeldmerken c.q. namen tegen op hiëroglyfen en kleitabletten. Practisch gezien waren die uniek; het aantal hooggeschoolde staf dat voldoende goed kon beitelen, was beperkt en de sanctie op misbruik was eenvoudigweg doodstraf. Sinds toepassing van die sanctie niet langer acceptabel was, werd het waarborgen van de uniciteit minder goed mogelijk en nam de inzetbaarheid als echtheidskenmerk af. De zegelring kent een vergelijkbaar probleem.

2) 'Fool' zowel duidend op de fouten die een gebruiker kan maken, als duidend op eventueel zijn intentie.

Terug naar inhoudsopgave



Over de auteur

Ir.drs. J. (Jurgen) van der Vlugt RE CISA is als IT audit manager werkzaam bij ABN AMRO Bank, Group Audit Corporate Centre.

jurgen.van.der.vlugt@nl.abnamro.com

Diversen; printversie

Met dank aan R.J. Steenkamp voor het webgereedmaken van dit document.

Een samenvatting van een gedeelte van deze white paper is verschenen in Automatisering Gids, 20 oktober 2000.

Uitsluiting: Hoewel het streven was het onderwerp zo volledig mogelijk te behandelen, hebben met betrekking tot diverse aspecten niet alle details en uitwijdingen een plaats kunnen krijgen. Een voorbeeld is (steeds verder groeiende aantal en diversiteit van) het toepassingenbereik. Onjuiste weergave van meningen, oordelen en feitelijkheden, al of niet uit exteren bron, is per vergissing en zonder doel.

Een printvriendelijke versie (RTF-formaat, voor Word) is te downloaden door op deze link rechts te klikken en dan "Save Target As" of "Doel opslaan als" te kiezen.

Terug naar inhoudsopgave